The Devil’s Disease

duivelAdriaan, het lijkt wel of je oren steeds groter worden.’  Ik hoor het m’n vrouw nog zeggen zo’n anderhalf jaar geleden. ‘Dat lijkt zo omdat ik net naar de kapper ben geweest.’, stelde ik haar en mezelf gerust. Maar de scheerspiegel, waar in je dus elke ochtend om een bloedbad te voorkomen wel in moet kijken bewees na een week haar overduidelijke gelijk. Mijn beide oren groeiden gestaag in een punt naar boven. ‘Dat is de leeftijd,’ zei ik tegen m’n vrouw. ‘Als je de vijfenveertig voorbij bent gebeuren er rare dingen met je lichaam. Er groeien plotseling zwarte haren uit je neus, Koen Bravereel, weet je wel, van onze boekhouding werd op z’n achtenveertigste verjaardag wakker met al z’n tanden op z’n kussen. En Jeroen, de vader van Sven, werd op zijn vijfenveertigste binnen twee weken van krullenbol volledig kaal.’ Mijn vrouw, Fransje, wilde dat ik met m’n oren naar de huisarts ging. Maar je gaat toch ook niet met een woekerende zwarte neushaar naar je dokter. En toen ik binnen een maand zo breed in de schouders werd dat ik al m’n overhemden en jasjes nieuw moest kopen, maakte ik mezelf wijs dat dat ook kwam door wat ik noemde een soort mannelijke overgang.

Nou ja, er viel best mee te leven. Met die borstkas en die oren. Ik had het idee dat de meiden op de zaak  die brede schouders best sexy vonden.  M’n stiekeme verhouding met Marina van het secretariaat kreeg zelfs een nieuwe impuls (in de parkeergarage).  Wat die oren betreft, daar kamde ik gewoon m’n haar overheen. Het onheil sloeg pas echt toe toen ik op een ochtend wakker werd met hevige jeuk rechts en links boven op m’n hoofd en in mijn mondhoeken. ‘Een symmetrisch stekende mug’, zei ik nog olijk tegen Fransje. Maar tot mijn verbijstering werden de jeukende plekjes eerst wit en binnen drie dagen groeiden er op m’n hoofd twee ivoorkleurige harde benige uitstulpingen. En uit m’n mondhoeken krulden als bij een mannetjeszwijn ook twee van die rare witte dingen. Fransje kon de afschuw op haar gezicht maar moeilijk verbergen. ‘Je lijkt de duivel wel.’ flapte ze er uit. ‘En nou ga je meteen naar de dokter!’

Onze huisarts werd boos toen ik de spreekkamer binnen kwam. ‘Meneer Disselsla’ zei hij, ‘ik ben een druk bezet man en ik heb geen tijd en geen zin in die practical jokes van u.’  Hiermee refererend aan die keer dat ik op één april langs kwam met een voetbal onder m’n trui. Maar toen hij door had dat het serieus was, wist hij, na m’n gezicht even bevingerd te hebben, niet hoe gauw hij  me door moest sturen naar het AMC  En daar begon de ellende en de verwarring pas goed. Oncologen, dermatologen, neurochirurgen, kno-artsen, kaakchirurgen, ze hebben zich om mij heen staan te verdringen. Oneindig veel laboratoriumproeven werden er genomen van elk onderdeel van mijn lichaam. De groeiende oren en de witte knobbels bleken niet kwaadaardig. Ze zaagden er voorzichtig eentje bij de basis af. Maar na drie dagen was die weer aangegroeid. De medische wetenschap stond voor een raadsel en voor paal. Nee, ze wisten niet of m’n oren altijd door zouden blijven groeien. Nee ze wisten niet of die ongein in m’n gezicht ooit nog zou wegtrekken. Ze wisten niks. Behalve dan dat de materie van mijn uitstulpingen exact overeen kwam met de beenderstructuur van de slagtanden van de Pacifische walrus uit de Beringzee. En dat ik voor de rest kerngezond was

Door dat laatste mocht ik tussen de behandelingen door gewoon naar huis. Dat was de hel. Waar ik trouwens volgens alle achterbakse fluisteraars ook thuis hoorde. Op de zaak hadden ze me, omdat ik geen klant onder ogen mocht komen, voor hun eigen bestwil met ziekteverlof gestuurd. Marina van het secretariaat vertelde iedereen dat ik haar vroeger ook al zo raar in haar nek beet. Met Fransje mocht ik het een keer per maand doen met een papieren zak over m’n hoofd. Mijn zoontje Juriaan zei met klem dat hij wel alleen op de fiets naar huis kon. En dat ik hem dus niet meer van school hoefde te halen. Mijn dochtertje Katrien beweerde dat ik sprekend leek op dat lieve bokje in de kinderboerderij. De meeste tijd bracht ik, sudoku’s oplossend, door in m’n studeerkamer. Met de gordijnen dicht. Naar het café of restaurant gaan was er niet meer bij. Als ik al naar buiten ging was dat met  een hoed op en zo’n Japans kapje voor m’n mond.

De medische wetenschap gaf zich niet zomaar gewonnen en ze stuurden me naar The National Institute For Human Projected Proportions in Houston, waar ze me na een week weer doorstuurden naar The Boston Research Center For Absolute Unknown Diseases. Na uitgebreide testen en grondig  onderzoek kwamen die Amerikanen ook niet verder dan het vaststellen van een naam:  De Ziekte Van Disselsla. Omdat ik de enige mens was die hem had. Maar ik kwam er al gauw achter dat ze het in mijn afwezigheid  The Devil’s Disease noemden.

Ja, en dan zit je op een dag weer bij je huisarts die je vertelt dat je er mee moet leren leven En als je dat dan niet wilt, kom je terecht in het kwakzalvers circuit. Ik heb ze allemaal gehad. Het kruidenvrouwtje dat saliebladeren geweekt in bevergeil op m’n hoofd legde. De Chinees die me met zijn naaldjes lek prikte. De eetgoeroe die me op een dieet zette van uitsluitend rauwe rode biet met kalfsniertjes, De handoplegger. De aardstraler. The Health Farm. De magnetiseur. De Afrikaanse medicijnman uit Brussel. Ik heb voor een Godsvermogen aan kaarsjes gebrand. Ik ben naar Transylvanie geweest waar een bosgenezer een bunzing aan m’n bulten liet likken. En als dan niks helpt, wordt je zo hopeloos dat je met die twee horentjes op je kop aan je vrouw gaat vragen of ze de laatste tijd  misschien vreemd is gegaan. Dat blauwe oog kon er ook nog wel bij.

Het was een mooie zomerdag. Jk zat met m’n burka aan volkomen kapot en diep ongelukkig in de tuin en  nam het besluit een einde aan mijn leven te maken. Ik overlegde het met Fransje en  die toonde daar, mij net iets te snel, wel begrip voor. ‘Maar’, zei ze, ‘laten we dan voor je die wanhoopsdaad begaat, nog een keer proberen met z’n vieren een lekkere zonnige vakantie te hebben. Ongeacht hoe je er uitziet en wie er naar je kijkt.’  Ik stemde met tegenzin toe. Mijn vrouw pakte haar laptop en vond meteen een last minute boeking bij TUI voor een mooi resort aan een Turks strand,

Adriaan Disselsla