Harry

Harry-Piekema
Je hebt acteurs die heel goed in commercials kunnen optreden. En je hebt acteurs die dat niet goed kunnen. Althans daar grote moeite mee hebben. Dat heeft niets met hun capaciteiten als acteur te maken, maar meer met de korte en de lange baan. Op de korte baan, in een commercial, dient de werkelijkheid, of wat daar voor door moet gaan, in gemiddeld zo’n dertig seconden gegoten te worden. En moet een acteur in staat zijn om bijvoorbeeld binnen vier tellen, liefst in one take, te kunnen schakelen van een schampere lach via verbijstering naar schaamrood op de kaken. En dan wel zodanig dat het natuurlijk en niet geforceerd overkomt. Maar dat er liefst wel om gelachen kan worden. Iets waar een acteur in het theater meestal de tijd van ruim twee hele commercials voor krijgt. Ik heb ze zien zwoegen op de honderd meter. De grootheden van de marathon. Die na lang wikken en wegen ook wel eens een zak graan van de commercie mee wilden pikken. Dat was: take 38, en nu in een keer goed. Dat was: “wie heeft die tekst eigenlijk geschreven?” Dat was: wegsnijden naar het koffiekopje. Dat was; het geluid van take 6 onder take 32 zetten. Dat was: voor het woordje nieuw nog even terug komen in de geluidsmontage. Dat was: “En, tevreden jongens?”

Echte commercial acteurs. Rijk de Gooyer was er een. In alleen al de twee woorden foutje, bedankt zitten vier verschillende gezichtsuitdrukkingen.  Gerard Cox is er een. Martin van Waardenberg is er een.  Martine Bijl is er een.  Als je zo slim bent “rustige’ commercials voor haar te schrijven. Hans Kesting kan het. Sieto Hoving kan het. Frank Lammers kan het. Zijn “vrouw” Maike Meijer kan het,  Ja, wat wil je, Toren C is een aaneenschakeling van briljante commercials  (Beetje gewaagd, maar wel allejezus veel impact).  Jack Wouterse kan het niet. De “ex miljonair” Patrick Stoof  kan het.  En wie het uiteraard ook konden was het hele leger Engelsen dat door de jaren heen werd ingevlogen. Want korte baan talent was en is schaars in Nederland. Of te bekend of te duur. Er is door commercial makers in heden en verleden dan ook heel wat afgetobd met edelfiguranten, amateur toneelspelers en verwende BN-ers. (“Verbaasd is je wenkbrauwen zo hoog mogelijk optrekken en van je mond een klein o-tje maken”).

Ja, en nu we het er toch over hebben.  De Nederlandse-Europese-Wereld-Olympische Kampioen Kortebaanacteren is natuurlijk Harry Piekema. Tien jaar aan de bittere top. Honderddrieenvijftig Albert Heijn commercials. Allemaal even perfect. Elk gebaar goed. Elke intonatie zoals het moet. Elke grap komt aan.  Het moet een genot zijn geweest om voor zo’n man die alles kan ideeën te bedenken en teksten te schrijven. Het moet een feest geweest zijn hem te regisseren. Stel ik me voor. “Wil je dat ik het zo doe?. Of zo? Of misschien zo? En het kan ook zo hoor”. Er waren zelfs mensen die wilden weten in welk filiaal hij stond. Dat begrijp ik, Want wat ik zo goed aan ‘m vond was hoe waarheidsgetrouw en consequent hij zo’n montere slijmbal van een Hollandse winkelchef neerzette. Een man die aardig voor z’n klanten is, maar zichzelf  nog aardiger vindt. Bescheiden zelfingenomen, zou je ook kunnen zeggen.

Dan stopt hij met de commercials. En  net als de zanger van een hit die alle aandacht krijgt en zelden de componist en tekstdichter, valt de hele pers en bloc over hem heen. En wat blijkt? Hij speelde niet de rol van montere Nederlandse slijmbal. Hij is het. Hij spreekt tegen krant,radio en tv met dezelfde bescheiden zelfingenomenheid als tegen klant en kijker in de commercials. Over z’n toekomst. Over volle zalen lachende toeschouwers. Over zelf liedjes zingen en schrijven. Over z’n show waar mee hij in 2016 de theaters in gaat. Hij kan het allemaal alleen. En hij gaat dat bewijzen ook.  Drie kwartier solo op de Parade.

Oei! Denk ik dan. Begrijpt die Piekema het wel helemaal. Bij de hiervoor genoemde reclame coryfeeën komt het acteren in commercials logisch voort uit een al bestaande meestal succesvolle carrière. Het is leuk om er bij te doen. Je kunt er de verbouwing van je huis in Frankrijk van betalen. Ze weten allemaal dat reclame niet het echte werk is. En dat een commercial maken zo’n beetje hetzelfde is als het met z’n allen bouwen van een klein huisje. Waarvan het resultaat bij oplevering niet alleen afhangt van jouw acteerprestatie. Bij Piekema is het precies andersom. Hij heeft een uiterst succesvolle carrière opgebouwd in de reclame. Prachtige kleine huisjes in elkaar gezet. Door heel goed te acteren binnen een team van art directors, copywriters, regisseurs, opdrachtgevers, editors, om er maar een paar te noemen. Dan ga je als je vindt dat je aan een nieuwe uitdaging toe bent en ontdekt hebt wat een goeie teamspeler je bent, toch niet alleen verder. Dan bouw je je carrière toch uit door weer nieuwe spelers te zoeken. Ja, toch?

Goed, ik ben naar ‘m wezen kijken op de Parade. Het viel me niet mee. Hij had gekozen voor het toch ook weer bescheiden zelfgenoegzame thema Onbekend.  16 miljoen mensen kenden hem. Hij kende er maar 475. Dus dat werd flink handen schudden met het publiek in het halfvolle circustentje. Hallo, wie ben jij? En jij?  Hij begeleidde z’n zelf geschreven liedjes door inspiratieloos in de snaren te graaien van iets wat op een klein pianootje leek. Zodat alle liedjes hetzelfde klonken. Van de liedteksten heb ik helaas geen woord onthouden. Als stand up comedian scoorde hij  een paar magere lachjes. Hij probeerde diepte in de show te brengen door het publiek de vraag te stellen wat ze eigenlijk het liefst zouden willen zijn. Een bloemetjesgordijn, had ik willen zeggen. Maar mij  vroeg ie niks. Zes mensen verlieten tijdens de voorstelling de zaal. Piekema moest een stel kwebbelende meiden tot de orde roepen. En op het einde diende iedereen om voor mij  onduidelijke reden  een snor op te plakken en elkaar aan te kijken.

Als ik niet zo nodig had moeten pissen zou ik naar hem toe gegaan zijn en gezegd  hebben: “Harry,  ik mag na tien jaar toch wel Harry zeggen, Harry, echt waar jongen, je wordt nooit een Freek of een Youp of een Hans of hoe heet die andere gozer uit Brabant ook weer. Jij bent een hele goeie maar vooral een verrekte handige acteur. En je hebt mensen om je heen nodig die jou weer briljant kunnen maken. Mensen die met je optreden. Voor je schrijven en componeren, Kritiek en advies geven. Bijvoorbeeld iemand die zegt: Gooi dat ludieke kut pianootje gewoon bij het grof vuil en neem een lekker bandje achter je”.

F. Pels