Stuifmeel

jacky-brown

Op het reclamebureau waar ik ooit werkte liep een vriendelijke account executive, iemand die contact onderhoudt met klanten, rond. Hij zag er goed uit. Grote bruine ogen. Zwart krullend haar. Licht gebruinde huid. Een volle snor onder de rechte neus. Hij was voor iedereen aardig. Deed niemand kwaad. Was duidelijk heel blij met zichzelf. En kon zich niet voorstellen dat iemand anders dat niet met hem zou zijn.

Wij, de creatieven, ergerden ons aan hem. Wij wisten niet waarom. Dat gaat aan je knagen. Je aan iemand ergeren en niet meteen de reden kunnen noemen. Tot Frans Hettinga, mijn veel te vroeg overleden mededirecteur, plotseling over hem sprak als die stuifmeelsnor. Ja! Dat was het! Klaar! Hij was een stuifmeelsnor! De ergernis was benoemd. Over en sluiten.

Ergeren is een boeiend tijdverdrijf. Het is ook een kunst En als ik kunst zeg, bedoel ik niet de makkelijke manier. Je aan mensen ergeren bij wie de ergernis er duimendik bovenop ligt. Het hoofdpijngezicht van onze Nationale Pleegzuster Natasssj Froger. Bijvoorbeeld. Of haar als een breedbekkikker lullende en zingende man. De zijn kostbare BN’erschap met de moed der wanhoop in stand houdende Lange Frans. Die heel lang geleden een aantal verkeerde rijmwoorden achterelkaar placht voor te dragen. De zich het geestigste mens van het universum wanende en dat te onpas bewijzende Gordon. Behalve als hij het over zijn wrakke lijf en liefdesleven heeft. Kortom je ergeren aan Patty Brard, Albert Verlinde, Claudia de Breij, Dion Graus, Joop van den Ende, Ilse de Lange (met dat kind-stemmetje in dat middelbare lichaam). Om een bescheiden greep te doen. Dat is ergeren voor beginners. Dat heeft ook een naam: Het Willibrord Frequin Principe. Ook wel genoemd: De Ja Joh Dat Weten We Nu Wel  Respons.

Nee, ergeren wordt pas een kunst als je er groen en geel van wordt en niet kan uitleggen waarom. Maar toch de noodzaak voelt het te benoemen. En dan zijn die ‘stuifmeelsnorren’, de personen die uitstralen dat ze het wel heel goed getroffen hebben met zichzelf de grootste uitdaging. Wat dit betreft heb ik een ultieme top vijf: Camiel Eurlings. Linda de Mol. Jack van Gelder. Humberto Tan. Yvon Jaspers.

Ach ja, Camiel. Ooit toch een leuke daadkrachtige minister. Kroonprins van het CDA. Fris,open en eerlijk. Gek ergerde ik me aan die man. Waarom? God mag het weten en Hij niet alleen. Ook Jan Blokker. Die Eurlings in een van zijn  columns betitelde als de man met die kop van een pas geschilderd draaimolenpaard. Briljant! Afdoende! Ergernis benoemd. Kan opgeborgen worden.

Linda de Mol. De goedlachse eeuwig achttienjarige blonde ‘girl next door’, die alles wat ze aanraakt in goud verandert. Niks mis mee. Heel Holland houdt van haar. Ik niet. Ik krijg acuut eczeem in de holten van m’n ellebogen als ik haar zie. Wat doe je er aan? BotoxBabe? Te letterlijk. Lachend Leeuwenbekje? Iets beter. Maar het meest effectieve lijkt mij het simpele Verlopen Boterbloem. Dat werkt. “De verlopen boterbloem Linda de Mol trok zaterdagavond weer minder kijkers.”

Jack van Gelder dan. Die vindt zichzelf zo’n perfecte zoon van z’n moeder dat het bijna angstaanjagend is. “Toch een nette man, waar erger je nou zo aan?”, zou mijn moeder ooit gezegd hebben. Jack was hard werken. Pietpraatgraag. Meningloos Maanmannetje. Waren het allebei nog niet. Het op Jan Blokker geïnspireerde Geboende Parketvloer kwam flink in de richting. Ik wist dat ik er uit was toen ik stuitte op Pratende Zonnebank. Heerlijk toch om te zeggen: ” Die pratende zonnebank Jack van Gelder meende dat Ajax het kampioenschap wel kon schudden.”

Ideale schoonzoon. Smetteloos. Correct tot het gaatje. En zooo aardig tegen wie dan ook. Daarom juist. Ergernis troef. Fris en fruitig. Humberto Tan. De Blije Glimworm. Jaja ik had ‘m meteen. “De blije glimworm Humberto Tan slaagde er gisteravond weer in zijn gasten geen enkele kritische vraag te stellen. Of gewoon “Wat kan die blije glImworm toch goed dansen, he. ’t Lijkt m’n moeder wel.”

Die succesvol leuke meid. Het knuffelblondje van de KRO. Ik haat haar. En dat is raar, want ze heeft me er nooit enige  aanleiding toe gegeven. Gelukkig ben ik niet de enige. Ik hoorde Henk Spaan op de radio zeggen dat als hij Yvon Jaspers op tv ziet hij spontaan z’n kat gaat schoppen. Of ik die haat in zo’n korte omschrijving kan stoppen, weet ik niet zeker. Eerst was het dat Roze Angora Truitje. Toen Mekkerbekje. En ik meende het uiteindelijk gevonden te hebben in TrienTrutTruitje. Maar toen vond ik toch weer  My Little Pony het beste, “Is die my little pony Yvon Jaspers nou eindelijk dat serviesgoed een keertje kwijt?” Het werkt wel. Maar diep in  m’n hart ga ik toch het liefst voor KutjePikAndijvie.

F. Pels