Naakt

Dylan

Tijdens een uitzending van de X-Factor komt er een lichtelijk verlopen uitziende oude man met een verkeerde snor die zich Robbie Timmerman noemt het podium op en begint het nummer Autumn leaves te zingen. Op de manier zoals oom Gerard dat na acht kopstootjes tegen sluitingstijd in café Tante Sjaan pleegt te doen. Alleen laat deze man, deze Robbie, zich ook nog ‘ns begeleiden door een stel muzikanten die klinken alsof ze met hun ene hand spelen en met hun andere hand hun lul vasthouden. Zeikmuziek, dus. Nou, daar zou Gordon wel raad mee weten. Dit is in zijn ogen nog ‘ns acht keer erger dan Jaap Fischer. En dit keer heeft Gordon wel gelijk. Zelfs al zou de zanger in kwestie Bob Dylan heten.

Er valt, behalve dat het natuurlijk spijtig is voor de personen zelf, veel te zeggen voor een vroegtijdige dood van beroemde zangers en popartiesten. Janis Joplin. Jimmy Hendrix. John Lennon. Otis Redding. Elvis Presley. Jacques Brel. Buddy Holly. Jim Morrison. Bij het uitspreken van hun namen hoor je meteen hun muziek. Magisch. Briljant. Gemaakt in de bloei van hun leven. Begrijp me goed. Ik pleit er niet voor dat iedere succesvolle zanger of muzikant op te jonge leeftijd de pijp aan Maarten zou moeten geven. Voor mij mogen ze allemaal negentig worden. Als ze maar op tijd ophouden.

Ik ben dan ook voorstander van een magnifiek, ergens aan de Middellandse Zee of op een Caribisch eiland gelegen rustoord voor oude beroemde popartiesten. Mensen die hun sporen al vele malen heel lang en heel breed verdiend hebben. Grootheden waar wij allemaal elpees of ceedees van in huis hebben. Helden met wie wij opgegroeid zijn. Die ons door de nacht geholpen hebben. Die met hun muziek ons slagen en falen begeleid hebben. Die ons opgepept en getroost hebben. Die een groot en imposant oeuvre aan muziek hebben gecreёerd waar wij nog steeds op terug kunnen vallen.
Yesterday, zoals dat rustoord heet, is een paleisachtig wit gebouw, omgeven door palmbomen, weelderig begroeid met bougainville, waar het de gasten aan niets ontbreekt. Er zijn zwembaden, biljartkamers, fitnessrooms, darkrooms, whirlpools, gofbanen, tenniscourts, jeu de boule grintveldjes, noem maar op. Er zijn chefkoks die drie sterren maaltijden bereiden. Er zijn bunny-achtige meisjes die cocktails serveren en niet meteen naar de rechter stappen als ze in hun billen geknepen worden.

Ze hebben het daar goed. Barbra Streisand. Robert Plant. Charles Aznavour. Eric Clapton. Joni Mitchell. Leonard Cohen. Mick Jagger. Keith Richards. Françoise Hardy. Paul Simon. David Bowie. Kris Kristofferson. Neil Young. Dolly Parton. Willy Nelson. Jerry Lee Lewis. David Crosby. En de nieuwe ingezetene Paul McCartney. Om er maar een paar te noemen. Ze amuseren zich kostelijk. Ze mogen alles. Coke snuiven. Tarwegrassap drinken. Dement en/of stokoud worden. Op hun gitaar tokkelen. Op de Steinway rammen. Vanaf hun balkon de zee toezingen. Alleen één ding mogen ze niet: ons lastig vallen met opa’s of oma’s laatste kunstje.
Is dat nou zo erg, hoor ik u nu denken. Dat die jongens op hun ouwe dag nog een beetje muziek de wereld inslingeren? Ja, dat is erg, zeg ik dan. En weet u waarom? Omdat alle critici altijd en overal die laatste oprispingen van hun helden zonder meer met oog- en oorkleppen op regelrecht de hemel in prijzen. Vier sterren is over het algemeen wel het minste wat ze uitdelen. David Crosby. Beter dan ooit. Briljante comeback Bowie. Kris Kristofferson. Indringend en puur. Paul McCartney. Bijna op oude Beatles niveau. Neil Young. Still going strong. Paul Simon. Prachtige composities. American songbook van Johnny Cash. Ontroerend in eenvoud. Françoise Hardy. Net zo goed als toen. Tot en met Leonard Cohen die als schim van wat ie ooit was met ouwe mannen geneuzel op z’n cd Old ideas het bij het muziekblad Uncut nog schopte tot de nummer één van 2012.

En ik heb ze in de hoop op een beetje van de magie van toen allemaal gekocht. Eén keer gedraaid. In de kast gezet. Nooit meer naar omgekeken. Wat ik dus wil zeggen is: de Held van mijn jeugd. De God van Highway 61 Revisited heeft een cd gemaakt waarop ie Frank Sinatra songs zingt. Hij kreeg vijf sterren in Uncut, vier sterren in Mojo, vier sterren in het Parool.
Natuurlijk heb ik ‘m weer gekocht. En laat ik nu dat jongetje zijn die zei : “Pappa, de Keizer loopt naakt” en u verzekeren dat Shadows In The Night van Bob Dylan een absolute kutplaat is. Die u niet, ik herhaal, niet moet kopen. Zodat Bob eindelijk ook afreist naar Yesterday.

F.Pels