Hagelslag

In de Michiel de Ruyterfilm zitten een aantal scènes die historisch onjuist zijn. Heb ik me laten vertellen. Dat schijnt te moeten want als je je aan de historische feiten houdt komt er geen hond kijken. Heb ik me ook laten vertellen.
Maar een paar dingen blijken geschiedkundig gezien absoluut juist te zijn. Als een Hollands schip bijvoorbeeld zo’n Engelse strontschuit in de grond boorde, schijnt De Ruyter op de brug van z’n admiraalsschip blij in de rondte hebben staan dansen in z’n blauwe, want hij had het niet zo op oranje, Roy Donders juichpak. En als hij thuis kwam in Vlissingen na een robbertje zeevechten, stuurde zijn charmante maar ietwat dominante vrouw hem steevast meteen naar de grote superwinkel met tijdelijk elke dag supervoordelige aanbiedingen. Want ons Zeeuwen bin zuunig.
De burgers van Vlissingen zagen hem dan monter met forse tred, het prachtige lied Kerstmis vier je samen fluitend, de grote winkel naderen en hoorden hem dan krachtig en duidelijk zeggen: “Hallo Jumbo!”.

Wat ik wil zeggen: het is, mild uitgedrukt, een tikje ongelukkig als filmmakers erop rekenen dat de Nederlandse bevolking de grote held uit hun miljoenenproductie spontaan in hun hart sluiten, terwijl dezelfde held op het toppunt van z’n populariteit zit met het Jumbo-mannetje.

Wat vroeger het Swiebertje-complex heette, noemt men tegenwoordig het Harry Piekema syndroom. Het mannetje van Albert Heijn hoeft voorlopig ook niet te verschijnen in een Shakespeare vertolking (Two beer or not two beer). Het plotsklaps straatarm geworden mannetje van Telfort, Patrick Sloof zal ook zo gauw niet uitgenodigd worden voor de casting van de Hollandse versie van The Great Gatsby. En ondanks z’n reputatie als een briljant cabaretvernieuwer hoorde één van de Gamma mannetjes, Martin van Waardenberg op vakantie in de jungle van Vietnam “Dat zeg ik Gamma” naar hem roepen. En dan hebben we het nog niet eens over die arme Calvé pindakaas jongetjes die tot diep in hun puberteit Jan en Alleman en de rest van geestig Nederland horen zeggen: “Ha die Van den Hoogenband” en “Hé, daar hebben we Van Persie!”.

Een acteur die gevraagd wordt om een reclametypetje neer te zetten moet zich rekenschap geven van de kans dat hij gedurende een aantal jaren opgeslokt kan worden door het Nederlandse publiek. En hoe beter script, verfilming en acteerwerk zijn hoe groter die kans is. Frank Lammers in de goed gemaakte, goed geacteerde Jumbo commercials zal daar dus eerder last van hebben dan bijvoorbeeld Jack Wouterse in de, is het nou wel of geen homostel, C1000 filmpjes. Hoe knulliger de commercials, hoe eerder het typetje weer vergeten is.

Acteurs en bekende Nederlanders die zich onder eigen naam verkopen aan de commercie hebben zelden of nooit last van het Harry Piekema syndroom. Je hield al van ze of je haatte ze. En dat blijft zo. Bij Martine Bijl, Jort Kelder, Ali B., Gerard Joling en Johan Derksen. Je denkt hoogstens die had zeker geld nodig voor de verbouwing van z’n huis. Of, die kan dus voor geen ene millimeter acteren. Hun optreden doet slechts afbreuk aan of telt op bij hun algehele imago.

Maar je acteursziel in een rol verkopen aan de duivel of nog erger aan het klootjesvolk en het bedrijfsleven kan betekenen dat je dus niet alleen bezit wordt van iedere Nederlander, maar in ieder geval ook van het bedrijf waar je reclame voor maakt.

Frank Lammers is van ons. En van Jumbo. En niet van een stelletje filmbonzen die zo nodig een troetelheld van hem willen maken.

Wat niet wegneemt dat Lammers toch voor het nodige rumoer gaat zorgen in zijn rol van de gereformeerde Zeeuw.

Hetgeen mij brengt bij een advies aan Jumbo. Maak die dubbele aandacht ten gelde. Gebruik die Lammers. Hij is van jullie. Gratis kaartjes voor de film bij € 50,- aan boodschappen is nog het minste dat kunt doen. Zeeuwse mosselen voor de helft van de prijs. Plus een Michiel de Ruyter wandelkaart van Vlissingen. Plus een deal met de NS voor korting op treinkaartjes naar dat Vlissingen. Kom met Michiel de Ruyter rantsoenen. Capucijners met spek en met van de Engelse schepen geroofde piccal lily.

Er is helaas geen tijd meer voor de productie van kleine plastic poppetjes van De Ruyter, de gebroeders De Wit, Tromp, Willem III, Oldenbarnevelt en twintig dode Engelsen. Of voor een spaaractie voor alle schepen van de vloot van de republiek.

Maar met een beetje goede wil kan René Froger nog wel het lied De Admiraal van ons allemaal componeren en in een commercial zingen, gekleed in een Roy Donders De Ruyter pofbroek. En natuurlijk niet te vergeten tijdens de premièreweek voor iedere klant gratis een pak De Ruyter hagelslag.

Hagelslag. Als je de film gezien hebt, weet je waar die naam vandaan komt.

F. Pels